Logo Gideonschool

 

Foto's
gideon (5).jpg
gideon (6).JPG
gideon (7).jpg
Adresgegevens

Kroonkruid 107
Postbus 285
2910 AG Nieuwerkerk a/d IJssel
0180-316275

directeur:
dhr. A.J. Dorst

Pesten

Blijkt er sprake te zijn van pesten, dan wordt de aard van het pestgedrag goed in kaart gebracht. Dat gebeurt door een gesprek door de leerkracht of IB-er met het kind en eventueel met de ouders. Aandachtspunten daarbij:

  • Wat gebeurt er?
  • Hoe vaak gebeurt het?
  • Wie zijn er bij betrokken?
  • Wie zijn er ook bij?
  • Wanneer gebeurt het?
  • Waar gebeurt het?

Vervolgens vindt een gesprek tussen IB-er en leerkracht plaats. Dit om de meest geschikte oplossing te kunnen kiezen. Aandachtspunten hierbij zijn:

  • Wat heeft de leerkracht al gedaan?
  • Wat had succes?
  • Kan het opgelost worden door een simpel gesprek?
  • Moet er gekozen worden voor de brede aanpak?

Bij melding van pesten door een kind of ouder of na constatering door leerkracht wordt er eerst bepaald of er daadwerkelijk sprake is van  pesten. In sommige gevallen wordt door kinderen of ouders iets opgevat als pesten, terwijl er in feite sprake is van plagen. Dat betekent dat we ons een beeld moeten vormen van wat er aan de hand is. Onderstaand schema geeft een aantal ijkpunten aan om de bepaling ‘plagen of pesten?’ te kunnen maken. (bron: www.vredeseducatie/pesten/plagen.htm)

Plagen

Pesten

Gebeurt onbezonnen of spontaan.

Gebeurt met opzet: de pestkop weet vooraf wie hij of zij zal pesten, op welke manier en wanneer.

Heeft geen kwade bijbedoelingen.

Wil iemand bewust kwetsen of kleineren.

Duurt niet lang, gebeurt niet vaak en is onregelmatig.

Kan lang blijven duren, gebeurt meer dan eens, is systematisch. Houdt niet vanzelf op na een poosje.

Speelt zich af tussen "gelijken".

De strijd is ongelijk: de pestkop heeft altijd de bovenhand: De pestkop voelt zich zo machtig als het slachtoffer zich machteloos voelt.

Is meestal te verdragen of zelfs plezierig, maar het kan ook kwetsend of agressief zijn.

De pestkop heeft geen posi­tieve bedoelingen wil pijn doen, vernielen of kwetsend.

Meestal één tegen één.

Meestal een groep (pestkop, meelopers en supporters) tegenover één geïsoleerd slachtoffer.

De rollen liggen niet vast: nu eens plaagt de ene, dan de andere.

Heeft een vaste structuur.  De pestkoppen zijn meestal dezelfde, de slachtoffers ook. Als de slachtoffers wegvallen, kan de pestkop wel op zoek gaan naar een ander slachtoffer.

De pijn, lichamelijk of geestelijk, is draaglijk en van korte duur. Soms wordt ze als prettig ervaren (plagen is kusjes vragen!).

Als er niet op tijd wordt ingegrepen, kunnen de lichamelijk en geestelijke gevolgen ingrijpend zijn en lang nawerken.

De relaties worden na het plagen meteen hervat.

Het is niet makkelijk om na het pesten een evenwichtige relatie te vinden; het herstel gaat moeilijk en traag.

Het geplaagde kind blijft een volwaardig lid van de groep.

Het gepeste kind is geïsoleerd, voelt zich eenzaam en voelt dat het niet meer bij de groep hoort.

De groep lijdt niet onder plagerijen of vindt nadien meteen haar draai terug.

De groep lijdt onder een dreigend, onveilig gevoel. Iedereen is angstig, de kinderen vertrouwen elkaar niet meer, ze zijn niet erg open of spontaan er zijn weinig echte vriendjes in de groep.

01
2
3
4
5
6
8
7